gepubliceerd op
Thuiskomen na je college in een warm en gezellig studentenhuis is fijn: De houtkachel gaat aan, je kruipt met een (studie)boek op de bank en de spinnende poes komt op je schoot zitten. Onder het genot van een grote pot thee, ga je met huisgenoten kletsen over van alles en nog wat. Daarna ga je samen koken, eten en soms nog een film kijken. Kortom: In het studentenhuis waar ik woon, zijn we echt een soort van gezinnetje. Ons huis staat midden in het centrum. Twee deuren verderop is onze stamkroeg (handig!). Samen met mijn vier huisgenoten en een poes hebben we een heel huis. Op de begane grond is de keuken en woonkamer. Er komen dan ook regelmatig vrienden of oud-huisgenoten binnenvallen. Met z’n vijven vormen we een woonvereniging. Dat betekent dat het huis van ons is en dat we zelf alles moeten regelen en onderhouden. Het is een oud huis en er komt nog best wat bij kijken. Maar, samen klussen en schilderen is meestal gezellig en ook nog eens leerzaam! Elke avond eten we samen met wie er op dat moment is. Inkopen doen we op de markt, die is om de hoek. Meestal gaan we ook nog even langs de tweedehandswinkel om te kijken of er nog leuke videobanden zijn voor onze gezamenlijke videobandenverzameling (we hebben er al 120!). In de woonkamer staat ook een oude houtkachel. Op koude winteravonden gaan we daar op kaasfonduen. In de zomer zetten we juist de tafel en stoelen buiten op de stoep en zitten we soms tot laat in de avondzon. Afgelopen zomer hebben we onze vriendschap op de proef gesteld en zijn we samen een week op vakantie gegaan. Dat was heel leuk. Alleen, als je thuis komt heb je elkaar niks meer te vertellen… Maar gelukkig heeft iedereen dan zijn eigen relaxte kamer om zich in terug te trekken en muziek te luisteren, te internetten en natuurlijk om te studeren. Jorien

