gepubliceerd op 2009-11-11 00:00:00.0
Arjan Dekker, student milieukunde, heeft zijn afstudeeronderzoek gedaan bij de leerstoelgroep Milieutechnologie. Zijn onderzoek ging over het winnen van energie uit afvalwater. Wageningen University heeft een doorbraak in het onderzoek bereikt, waardoor nu op grote schaal energie gewonnen kan worden uit afvalwater. Vervolgens liep Arjan stage bij Lars Angenent Labs in de Verenigde Staten. ‘’Aardolie en gas zijn grondstoffen voor veel alledaagse producten zoals elektriciteit en brandstof, maar ook voor chemicaliën en allerlei kunststoffen. Wanneer de prijs van fossiele brandstoffen schommelt of stijgt beïnvloedt dat de energieprijs, maar óók de prijs van al deze andere producten. Het zoeken naar en het toepassen van technieken die ons minder afhankelijk maken van energie uit fossiele bronnen is in volle gang. We kennen allemaal de windmolens, zonnecellen en stuwmeren en ook de productie van biobrandstof en biogas is behoorlijk populair. Deze laatste twee technieken zijn tijdens mijn studie veel aan bod gekomen. Een technologie waar veel mensen waarschijnlijk nog nooit van gehoord hebben is de "Microbial Fuel Cell", kortweg de MFC. Met deze technologie kan je uit allerlei soorten afvalwater direct elektriciteit winnen. Bacteriën die in de brandstofcel groeien kunnen het "afval" in het water direct omzetten in elektriciteit, en dat kunnen wij weer gebruiken! Tot voor kort was dit alleen op zeer kleine schaal mogelijk. Door een doorbraak in het onderzoek op Wageningen Universiteit waar ik bij betrokken was blijkt dat dit ook op grotere schaal toegepast kan worden. Ook op het gebied van chemicaliën- en kunststoffenproductie wordt er veel onderzoek gedaan naar alternatieve bronnen. Het is mogelijk om met behulp van micro-organismen deze verschillende producten te maken uit verschillende soorten gewassen. Dit onderzoek is noodzakelijk; in de toekomst, wanneer de olievoorraden opraken, zullen alle chemicaliën en kunststoffen uit landbouwgewassen gehaald moeten worden. Op dit moment worden de meeste biochemicaliën en biobrandstoffen nog gemaakt van het eetbare deel van de plant. Dit zorgt volgens sommigen voor stijgende voedselprijzen met alle gevolgen van dien. In de nabije toekomst zal het mogelijk zijn om biochemicaliën en biobrandstoffen te maken van het deel van de plant dat niet eetbaar is voor mensen, ‘de tweede generatie’. Niet alleen blijft hierdoor de voedselvoorziening onaangetast, de hoeveelheid ‘tweede generatie’ plantaardige grondstof is ook nog eens vele malen groter. Tijdens mijn stage heb ik onderzoek gedaan naar tweede generatie biochemicaliën in een Amerikaans laboratorium. Je hebt nu wel gemerkt dat er niet één alternatief is voor fossiele grondstoffen, maar dat het een heel uitgebreid onderwerp is waar nog hard aan gewerkt wordt en waar ook in de toekomst nog veel mensen voor nodig zijn!’’

