gepubliceerd op 2009-08-24 00:00:00.0
Op een warme zomerdag reden tussen de ijscokarren in Rotterdam twee wel heel merkwaardige bakfietsen rond. Onderzoekers van Wageningen University bestuurden de fietsen. Ze kregen heel wat bekijks van nieuwsgierige voorbijgangers en de pers, en waren ’s avonds en de volgende dag in diverse kranten en op de TV te bewonderen. Geen wonder, want de onderzoekers waren met de bakfiets met technologische snufjes een onalledaagse verschijning. De stadsrit per fiets maakte onderdeel uit van een project om zo het stadsklimaat in kaart te brengen. Met de gegevens die onderweg gemeten werden, beogen de Wageningers een beeld te krijgen van het zogenaamde Urban Heat Island-effect (UHI); een gemiddeld hogere temperatuur in de stad dan in het omliggende gebied. En dit alles om er uiteindelijk voor te zorgen dat het voor ons op een hete zomerdag nog aangenaam kunnen vertoeven is in ‘hartje stad’.
De fietstocht maakte deel uit van een onderzoek naar het UHI, dat wordt uitgevoerd voor de Nederlandse klimaatonderzoeksprogramma’s ‘Klimaat voor Ruimte’ en ‘Kennis voor Klimaat’. Met de meetgegevens in verschillende steden en verschillende omgevingen hopen de onderzoekers erachter te komen welke factoren er voor zorgen dat steden zo warm worden. Uiteindelijk is het de bedoeling de gegevens te gebruiken voor een optimaal stadsontwerp, om de hitte in de stad te weren, en zo ook daar te genieten van een tropische zomerdag. Naast Wageningen University, zijn Alterra, een onderzoeksinstituut van Wageningen University and Research Centre, en het Energie Centrum Nederland, de gemeente Rotterdam en GGD Rotterdam bij het project betrokken. Deze organisaties hadden de zomerse tocht per bakfiets goed voorbereid.
De bakfietsen waren voorzien van heel wat apparaten. Allereerst waren de onderzoeksgerelateerde middelen aanwezig: een snelle thermometer, vochtmeter, sensoren voor windrichting en -snelheid, zonlicht en warmtestralinguitwisseling waren op de fietsen gemonteerd. De ervaring van warmte hangt namelijk naast de werkelijke temperatuur af van veel verschillende factoren naast temperatuur, zoals luchtvochtigheid, wind en overige straling. Voor de verzameling van de gegevens van deze factoren, bleek een bakfiets het geschiktste vervoersmiddel. Al met al zagen de bakfietsen er best futuristisch uit, omdat er veel verschillende meters op de fietsen waren bevestigd. Naast meteorologische instrumenten waren er speciale camera’s op de fiets geplaatst: De ‘fisheye’ lens van de camera’s was naar boven gericht. Zo konden de camera’s vast leggen welk deel van de hemelkoepel vanuit het leefniveau gezien ‘bedekt’ is. Met andere woorden: de camera’s gaven aan hoeveel van de omliggende ruimte gevuld is met gebouwen en groen. Dit is van belang, omdat de mate van bedekking invloed heeft op het UHI. Niet alleen de bak van de fiets, ook de bagagedrager was goed benut; daar prijkte een zonnepaneel, om de meetapparatuur op een duurzame manier van voldoende energie te voorzien. En, niet minder belangrijk, de fiets was ook uitgerust met een GPS systeem, zodat de geschikte wegen werden bereden.
Over de te fietsen route was goed nagedacht. Het uitstippelen van een route via satellietbeelden was een belangrijk onderdeel van de voorbereidingen: De twintig kilometer lange tochten – een in het noordelijke en een in het zuidelijke deel van Rotterdam – waren zo uitgezet dat allerlei kenmerkende stadsdelen, zoals een industrieterrein, oude woonwijk, stadspark en havengebied langs gefietst werden.
Het wachten was uiteindelijk nog op een geschikte dag; een dag waarop de maximumtemperatuur boven de 25 graden Celsius uit zou komen. En die kwam, op 6 augustus 2009. Vind je het jammer dat je op die dag geen ooggetuige was van dit spektakel? Je hebt de kans de bakfietsen nog eens aan te treffen, in Rotterdam, Nijmegen of Arnhem; het plan is de metingen te herhalen.

