gepubliceerd op 2010-01-15 00:00:00.0
Gerben van ´t Hag studeert de master Milieubeleid aan Wageningen University. Hierbij heeft hij onder andere te maken met de economische kant van ons milieu. Zelf is hij op dit moment bezig met zijn afstudeervak. Hieronder legt hij uit hoe de relatie tussen economie en milieu in elkaar zit.
Economie en milieu worden vaak gezien als twee partijen met tegenstrijdige belangen. Economische ontwikkeling krijgt vaak de zwarte piet toegeschoven als het gaat om milieuvervuiling. En niet geheel onterecht. Productie van al onze consumptiegoederen gaat gepaard met uitputting van onze natuurlijke hulpbronnen, zoals onze bossen, visvoorraden en fossiele brandstoffen. Daarnaast levert dit een grote afvalproductie, van bijvoorbeeld CO2 en plastic. Hoe meer we produceren, hoe sneller onze hulpbronnen uitgeput raken, en hoe meer vervuiling van ons milieu. Als deze processen van uitputting en vervuiling sneller gaan dan het afvalverwerkende vermogen van onze omgeving en het zelfvernieuwende vermogen van onze hulpbronnen, zijn milieuproblemen nooit ver weg.
In de begindagen van milieubeleid ging de discussie dan ook over het inperken van economische groei om het milieu te behouden. In één woord samengevat: consuminderen. Sinds de jaren ´80 is er echter een omkeer in dit denken gekomen. Economische ontwikkeling en duurzaamheid worden niet langer per definitie als tegenstrijdig gezien. Zo luidt de veelgebruikte definitie van duurzame ontwikkeling uit het invloedrijke Brundtland report: "development that meets the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs.". Het gaat er dus om productie en consumptie te verduurzamen, zodat economische groei in balans blijft met het milieu. Zo hoeft economische welvaart niet in strijd te zijn met duurzaamheid.
Dit betekent bijvoorbeeld het omschakelen naar wind- en zonne-energie om in onze energiebehoefte te voorzien. Zo kan uitstoot van broeikasgas worden voorkomen. Het vervangen van ons huidige wagenpark voor elektrische auto's kan hetzelfde bereiken. Maar ook iets eenvoudigs als het vervangen van plastic draagtasjes voor papier helpt door de hoeveelheid plastic dat in de natuur terecht komt terug te dringen. In milieubeleid wordt steeds gezocht naar dit soort manieren om productie en consumptie te vergroenen om zo duurzaamheid te bereiken met een minimaal verlies van economische welvaart.
Zelf doe ik nu onderzoek naar groene consumptie in de supermarkt. Ik probeer manieren te vinden om consumenten op de winkelvloer te helpen met het maken van groene keuzes. Een voorbeeld hiervan is de waarden-pas. In dit systeem geeft de consument aan welke waarden hij belangrijk vindt, zoals diervriendelijkheid, of milieuzorg . Het systeem geeft dan aan welke producten hierbij passen, hierdoor hoef je niet bij elke keuze lang stil te staan en wordt duurzamer winkelen makkelijker.
Plastic soep: klik!
We feed the world: klik!
The next step? Cradle to cradle: klik!

